Uitleg methode

MNRI werkt op verschillende gebieden en is gebaseerd op de integratie van primaire reflexpatronen. Primaire reflexen zijn de fundering voor je gehele ontwikkeling. Als primaire reflexen niet voldoende zijn geïntegreerd of hyperactief zijn hinderen ze in het dagelijks functioneren. Omdat reflexen elkaar in de ontwikkeling opvolgen is het vaak zo dat er meerder reflexen niet geïntegreerd blijken te zijn, ze hangen allemaal aan elkaar vast. Hierdoor trekt integratie van bepaalde reflexen ook weer andere mee die niet geïntegreerd leken.

Niet geïntegreerde reflexen uiten zich in lichamelijke klachten, gedragsproblemen, leerproblemen etc. Gedrag en bewegingen worden dan reflexmatig aangestuurd waardoor je hier zelf weinig of geen grip meer op hebt. (denk aan voorover lopen, onhandigheid, agressie, faalangst, hyperactiviteit). Niet alleen de ontwikkeling als kind kunnen invloed op reflexen hebben maar ook bijvoorbeeld trauma en stress. Ook de leeftijd kan er invloed op hebben, bij ouderen zien we ook verbetering na behandeling.

Hoe het werkt:

De sensorische prikkel van een relevante reflex wordt gestimuleerd door aanraking, een bepaalde houding of beweging. Door het bewegingspatroon van de reflex te volgen worden communicatiebanen tussen de neurotransmitters verbeterd, doordat de basiscommunicatie in de hersenen verbeterd, heeft dit invloed op de hoger gelegen lagen in de hersenen. Reflexintegratie vindt plaats in de hersenstam. De hersenstam kan niet denken en heeft geen klok, die weet niet of het gevaar geweken is, na bijvoorbeeld een trauma of een ongeluk en kan daar dan in blijven hangen waardoor reflexen blijven opspelen. Ook weet een hersenstam niet het verschil tussen hedendaagse stress en het van oudsher bedreigd worden door een tijger. Bij een onveilige situatie zal dan ook meer last worden ervaren dan bij een ontspannen sfeertje. Denk aan faalangst bij examenstress, iemand met ADHD die overprikkeld is, migraine etc.

Veel kinderen hebben hun bewegingspatronen niet voldoende geoefend en ontwikkeld waardoor reflexenpatronen vaak niet goed geïntegreerd, of juist te actief aanwezig zijn. Als een kind bijvoorbeeld niet heeft gekropen zijn een aantal belangrijke stappen over geslagen, het is niet dat dit kind zo snel was, kruipen is een zeer gecompliceerd beweging waar je veel vaardigheden voor moet hebben. Het kruipen wordt over geslagen omdat ze de vaardigheden niet hadden om te kruipen. Dit heeft veel invloed op rest van de ontwikkeling. Doordat tegenwoordig minder buiten wordt gespeeld en er allerlei hulpmiddelen voor kinderen zijn zoals loopstoeltjes, wipstoeltjes etc komen de bewegingspatronen van primaire reflexen vaak niet meer volledig tot ontwikkeling.

– het is niet zo, dat als een kind niet gekropen heeft dat ie problemen gaat krijgen, maar wel vaak zo dat kinderen/volwassenen met problemen niet hebben gekropen –